Wuxing theorie

De Wuxing Theorie

Oorsprong

De wuxing theorie kent drie belangrijke elementen.  Het is net als de yin yang theorie een systeem van categorisatie of classificatie.  Daarnaast is er het aspect van correlaties alsook die van de verschillende cycli.  De meesten kennen wuxing als inherent aan het Chinees geneeskundige model.  Toch is geneeskunde niet de aanleiding geweest tot het ontstaan van de wuxing theorie maar nam deze slechts in een later stadium zijn plek in de medische literatuur.

Wuxing zou in eerste instantie geïntroduceerd zijn door Zou Yan (300 BC).  Deze werd beschouwd als de grondlegger van de Yin Yang school.  Niet voor niets stond hij bekend om zijn classificaties van bergen, rivieren, en valleien.  Maar ook planten, dieren, vruchten en fruit.  In eerste instantie was de wuxing een politiek – geschiedkundige theorie die hij populariseerde onder de verschillende staten.  Hierdoor werd het een algemeen aanvaarde manier van denken waardoor het zijn invloed kon gaan uitoefenen op andere aspecten van het leven zoals die van de geneeskunde.

De politiek – geschiedkundige aard van de oorspronkelijke wuxing was een systematisatie van opeenvolging van de verschillende dynastieën .  Het was daarbij niet alleen een categorisering van dynastieën maar door de bijhorende cycli was het tevens een rechtvaardiging van.   Niet alleen van de dynastie zelf maar ook voor de keuze in politieke beslissingen zoals het voeren van oorlog.  In dat opzicht is de notie dat de wuxing ontstaan zou zijn uit een expressie van harmonie in de natuur, een volkomen geromantiseerde visie.  Het rechtvaardigde immers geweld in de overgang tussen dynastieën door te verwijzen naar het overheersende aspect van de cyclus waarbij overheersing en overwinning als één van de meest natuurlijke processen in de menselijke omgeving werd beschouwd.

Vanaf de Han periode is het gedachtegoed terug te vinden in allerlei aspecten van het filosofisch en wetenschappelijk schrijven.  Je vindt het bij de naturalisten of in rituele werkstukken, sociale filosofen of alchemisten, confucianisten en daoïsten, allen maakten ze gebruik van het denkmodel.  Vanuit één van deze invalshoeken werd uiteindelijk via de Huang Di Neijing de intrede in de Chinese geneeskunde gedaan.  Maar ook vanaf dat moment zou de wuxing theorie nog vele veranderingen ondergaan.  De gehele wuxing theorie zoals we die vandaag kennen is een samengestelde theorie die zijn oorsprong kent in verschillende denkwijzen.

Een theoretisch model

We zien dat wuxing als concept zich doorheen de tijd steeds verder heeft ontwikkeld.  Daarom is het vaststellen van het precieze ontstaan een onmogelijke opdracht.  Niet alleen het concept veranderde, ook de manier en het vakgebied waarop het werd toegepast.  In eerste instantie bleek het een manier te zijn om zich maatschappelijk te oriënteren en te gedragen volgens bepaalde principes.  Belangrijk is dat wuxing gaat over de interacties tussen vijf invloedssferen, transformatieve processen of principes.  Het denken in termen van samenhang is hierbij cruciaal, het gaat om relaties.  Toch blijft het in de kern een systeem van systematisering en classificering.  In vergelijking tot de classificering binnen de yin yang theorie voegt het een meerdimensionale complexiteit alsook asymmetrie toe.  Terwijl de voorgaande vooral eenvoud en symmetrie behelst.  Yin yang zegt dat iets zichzelf is in relatie tot iets anders.  Wuxing breidt dit uit en zegt dat iets zichzelf is door de interacties die het aangaat met zijn omgeving.  Het zijn deze interacties die verlopen volgens bepaalde patronen die worden onderverdeeld in vijf categorieën.  Hierbij fungeert het als een autoregulatief systeem die zichzelf in homeostase houdt.  Maw. het impliceert de functie van een feedback mechanisme.

Dynamiek en relaties, dat is waar het in eerste instantie over gaat.  Het is een manier om het netwerk aan relaties te verklaren zowel binnen de natuur, de maatschappij als het menselijk lichaam.  Het laat ons zien dat verandering een natuurlijk fenomeen is inherent aan het leven.  Een leven dat geneigd is zichzelf in stand te houden door een bepaald feedback systeem.  Daarbij geeft het ons de mogelijkheid om te zien hoe veranderingen in de macrocosmos een invloed hebben op ons persoonlijk welzijn.  Dat houdt in dat de wuxing ervan uitgaat dat je menselijke activiteit niet los kunt zien van de omgeving waarin deze zich volstrekt.  Alles is verweven met elkaar.  Dit is het holistische aspect inherent aan vele concepten uit de Chinese cultuur.  We kijken steeds naar het geheel.  Context is cruciaal.  Die context is de wereld om ons heen.  Net zoals wij de wereld om ons heen beïnvloeden, zijn wij niet vrij van de invloed die de wereld op ons heeft.  In dat opzicht is de wuxing een manier om op zich losstaande elementen of feiten te organiseren in een verenigd geheel.

Categorisatie en correlatie

Het is belangrijk om het onderscheid te maken tussen de verschillende aspecten van categorisatie, correlatie en cycli.  Zoals Unschuld benadrukte zijn dit verschillende aspecten van de theorie.  Binnen de kritiek op de wuxing zien we dat het samen nemen van deze denkwijzen tot problemen kan leiden. Als eerste kijken we naar het categorisatie aspect.  Net zoals we in de yin yang theorie de categorisatie hadden in yin of in yang (2- delige categorisatie); gaat het in de wuxing over vijf categorieën.  Wu = 5 en Xing = fase.  Deze zijn aarde – metaal – water – hout – vuur.  Elke fase heeft specifieke kenmerken maar het geheel gaat over de onderlinge relaties en  processen en is dus dynamisch.  Het procesmatige aspect zien we met name terug als we kijken naar de verschillende cycli.

Het gebruik van vijfdeling was bij de intrede van wuxing geen nieuw concept binnen de Chinese cultuur.  Zo vinden we dezelfde vijf (water, hout, vuur, aarde, metaal) terug in de Zuo Zhuan, een Chinees verhaalkundige geschiedschrijving die een periode beslaat van 722 BC – 468 BC en zich met name richt op politieke, diplomatieke en militaire zaken.  De term wuxing werd reeds gebruikt door Mencius (370 BC – 290 BC) maar dan in de context van moreel gedrag.  Ook Confucius en de Daoïsten maakten gebruik van de wuxing als de vijf deugden (Wu De).  Een voorbeeld hiervan: Welwillendheid is als hout, rechtvaardigheid als metaal, vuur is mindfull en water is als wijsheid, onderscheidingsvermogen is de kracht van aarde.

Andere indelingen zijn die van directionaliteit, kleuren en seizoenen.  Aspecten die we ook in de correlaties terug zullen vinden.  Alles wat in een bepaalde fase te categoriseren is, draagt de kenmerken van de betreffende fase of element.  Denken in categorieën gaat over het naast elkaar plaatsen van zaken en daarin gelijk(w)aardigheid vinden. In deze gelijk(w)aardigheid kijken we in eerste instantie naar de inherente kwaliteiten van het element of de fase.  Daarbij stel je jezelf de vraag:  wat is kenmerkend voor x?  Het gaat om basiskwaliteiten.  Vanuit de basiskwaliteiten die worden toegekend aan een fase gaat men correlaties trekken.  Kleuren, smaken, organen, planeten, persoonlijkheid archetypes, emoties, …   Allen kunnen ze in een bepaalde categorie worden ingedeeld of worden ze ermee gecorreleerd.

Volgens Unschuld kun je de theorie op twee conceptuele niveaus aan het werk zien.  De eerste manier is puur classificatie om fenomenen in een bepaalde groep onder te brengen.  Op een tweede niveau dienen de correlaties om het menselijk organisme te linken aan diens omgeving.  Tenslotte stelt men dat de microcosmos een afspiegeling is van de macrocosmos.  Op die manier kun je interactie tussen het lichaam en de omgeving gaan verklaren alsook de impact van die omgeving op het interne landschap.  Zij verklaart het effect van bepaalde uiterlijke actoren zoals smaken en klimatologische factoren op zowel het fysiologisch, pathologisch als psychologisch aspect van de mens.  Daarnaast voorziet het in een therapeutisch redeneren met in acht name van de verschillende actoren die invloed hebben op de mens en diens gezondheid of ziekte.  Het is tevens een manier om de overdracht van ziekte binnen het systeem in kaart te brengen.  Hierbij gaat het niet zozeer meer over correlatie en categorisatie maar over de relaties onderling, de cylci.

Cycli

Zoals we in de ontwikkeling van de wuxing theorie reeds ontdekten werd een overheersende cyclus gezien als een natuurlijk gegeven binnen het concept.  Overwinning was immers cruciaal in het politiek georiënteerde gebruik van de theorie.  De gedachte dat er een cyclus van overheersing was inherent aan het classificatiesysteem en bestond al sinds 500 BC.  Binnen een meer medische setting tijdens de Han Dynastie kwam meer aandacht voor het voedende aspect.  De generatieve cyclus.  Toch gebeurde de introductie van deze cyclus ook in een politieke setting.  Het was de Hua Nan Zi – een gids in de theorie en praktijk van beleidsvoering tijdens de vroege Han dynastie – die de introductie van het begrip maakte.  De genererende kracht werd bestempeld als de ‘moeder’ en de ontvangende kant werd ‘het kind’.  Een aspect dat binnen acupunctuur volgens de wuxing principes veelvuldig wordt gebruikt.  Het was ook in dit werkstuk dat beide cycli verbonden werden met elkaar in een sluitend systeem.  Eénmaal deze twee hoofdcycli met elkaar werden verbonden kwamen ook andere cycli aan het daglicht zoals bv. de controlerende cyclus.  We bespreken hieronder twee voorbeelden.

De voedende cyclus – generatieve cyclus – Sheng cyclus (Xiang Sheng).  Het water voedt hout zodat het kan groeien, hout voedt het vuur zodat het kan branden, het vuur zet hout om in as en voedt zo de aarde, in de aarde kan metaal rijpen, en metaal produceert het water.

De controlerende cyclus – beperkende cyclus – Ko cyclus (Xiang Ke). Hout controleert aarde door het te gebruiken, aarde controleert water door het in te dammen, water controleert vuur door het te doven, vuur controleert metaal door het te smelten, metaal controleert houdt door het te klieven.

In de weergave van de cycli vinden we twee verschillende varianten.  Eén variant zet alle elementen op een rij waarbij de cyclus gesloten is.  De andere variant zet aarde in het midden met de andere vier elementen daaromheen.  De gesloten cyclus is met name van toepassing wanneer we kijken naar de onderlinge beïnvloeding en daarbij de cyclus.  De kosmologische cyclus zoals Maciocia hem noemt, met aarde centraal, komt meer voor bij de categoriserende rol van het systeem.  De rol van aarde als centrum werd voor het eerst benadrukt door Dong Zhong-Shu (179 – 104BC) als controlerende kracht binnen de wuxing.  De qi van de aarde gold als verenigende principe.  Het idee ontstond als een synthese tussen het gedachtegoed van grondlegger Zou Yan en dat van de Confucianistische school.

Geneeskunde

Nu we het volledige spectrum aan eigenschappen van de theorie – categorisatie, correlatie en cyclisch –  hebben leren kennen kunnen we gaan kijken naar de rol die zij speelt binnen de geneeskunde.  Volgens Maciocia was de inburgering in de Chinese geneeskunde een gevolg van de overgang van een meer sjamanistische benadering naar een meer naturalistische benadering waar inductieve en deductieve redeneringen voorop stonden.

De wuxing reflecteert de interacties van de menselijke organen onderling.  Die interacties worden weergegeven door de volgorde waarin zij staan en de daarbij horende cycli die voorgesteld worden.  Niet alleen geeft het de onderlinge beïnvloeding weer van het interne systeem en fungeert het als feedbackmechanisme voor de regulatie hiervan, ook is het een methodisch model voor pathologische processen.  Vanuit dat methodisch model zouden ze ook van invloed zijn op de ontwikkeling van behandelingsmethodiek.  Echter ook deze ontwikkeling zou een 1000 tal jaren duren en wederom als gevolg van een heropleving van de theorie naar aanleiding van socio-politieke redenen.   Hierbij zou een inbreuk op het energetische kanaalsysteem leiden tot een disbalans, een verstoring van de homeostase waarbij een energetisch optimum van gebieden verschuift.  De onderlinge relaties zoals weergegeven in de verschillende cycli moeten zorgen voor het behoud van deze homeostase.

De cycli zijn een manier om relatief evenwicht en stabiliteit te creëren door continue bijsturing.  Zonder het voedende is er geen basis voor groei maar zonder inhibitie van deze groei zal er hyperfunctie ontstaan en daardoor schade.  Te veel groei en ontwikkeling is niet wenselijk.  Alleen wanneer de onderlinge actoren door elkaar geconditioneerd worden kan er een relatieve balans ontstaan.   Deze interacties vormen een extreem gecompliceerd en delicaat netwerk waarbij ze gestuurd worden door verschillende wetten.  In dat opzicht kun je dus nooit het één behandelen zonder een invloed uit te oefenen op de andere aspecten.  Iets wat bekend staat als het concept van ‘Ganying’ – een mate van correlatieve resonantie waarbij er niets gebeurt zonder een impact te hebben of verbinding te maken met alle andere zaken.  Binnen de geneeskunde vind je de wuxing overigens terug in verschillende aspecten.  Zowel in fysiologie, pathologie, diagnose, behandelingsprincipes, diëtiek, kruidengeneeskunde, acupunctuur en massage.

Kritiek

Hoewel de wuxing in de huidige gang van zaken een prominente plaats inneemt in het verhaal van TCM is dit niet een automatisch gegeven.  Eén van de meer bekende boeken over Chinese geneeskunde:  The Web that has no Weaver van Ted Kaptchuk maakt geen vermelding van de wuxing theorie.  Althans het krijgt geen plek tussen de besproken onderwerpen maar komt slechts achterin het boek aan bod in de appendix met de uitleg waarom het niet van belang is.  Wuxing wordt hier gezien als zijnde niet relevant genoeg om te bespreken.  Niet alleen Kaptchuk is deze mening toegedaan.  Ook Porkert wijst erop dat de wuxing slechts een secundaire rol speelt in de ontwikkeling van het wetenschappelijk systeem in China.

Daarnaast is de prevalentie in de medische literatuur vele malen hoger voor yin yang dan voor wuxing.  Zo komt in het woordenboek van TCM en pharmacologie de term wuxing slechts tien maal voor terwijl dat 350 maal is voor yang, 420 voor yin en 70 maal voor yinyang.  De Huang Di Nei Jing die voor velen toch geldt als de bijbel van de Chinese geneeskunde toont daarin een nog veel groter verschil.  25x voor wuxing terwijl maar liefst 2000x yang, 1400x yin en 300x yinyang.  De klassieker van Hua Tuo daarentegen vermeld specifiek: “Without yin and yang there is no heaven and earth.  Without the five phases, there is no yin and yang.  It follows that humans are developed by heaven and earth and ruined by yin and yang, and they are generated by the five phases in a counterflow and orderly interrelationship.  Maw. Een cruciaal onderdeel van de kosmologie.  De meningen zijn dus duidelijk verdeeld.

Veel argumenten handelen over de onlogica van het systeem, die zijn er overigens legio.  Deze kwamen al in de vroegste tijden van zijn ontstaan voor.  Zo  was er de kritiek van Wang Chong (27-97 AD) die zei: “als de haan met metaal linkt en hout met de haas, waarom is het dan zo dat als metaal hout overwint, de haan niet de haas verscheurt?”  Ook de tijdsgenoten van Zou Yan stelden met dergelijke argumenten de geloofwaardigheid en doelmatigheid van het systeem in vraag.  “Als water vuur dooft en controleert.  En vuur of hart kent paarden als dier en water of nieren kent rat als dier.  Zouden ratten dan niet paarden moeten verjagen of controleren?”

Niet alleen binnen de cycli kwam de aanklacht van onlogica naar voren, ook bij de correspondenties bleken zij niet altijd even zinvol.  Volgens de Nei Jing stelt wuxing  dat de ogen bij lever horen en de tong met het hart.  Maar de yin yang theorie zegt dan weer dat het zuivere qi van alle organen in de ogen te zien is en de tong staat in verbinding met de meeste kanalen.  Dat betekent dat een oogprobleem een manifestatie kan zijn vanuit lever, milt, longen of nier al naar gelang de veranderingen in het totaalbeeld.  Het uitgaan van wuxing zou daarbij kunnen leiden tot verkeerde diagnostiek.

De oplossing hiervoor die door meerdere auteurs wordt aangegeven is dat we dienen te waken voor inflexibiliteit in de toepassing ervan en het blind accepteren van de theorie.  Daarentegen dienen we de theorie grondig te bestuderen en zijn essentie te begrijpen.  Wanneer we de theorie te star gebruiken leidt het tot dit soort absurde conclusies zoals hierboven vermeld.  Het is en blijft een waardevol wetenschappelijk systeem dat kan worden gebruikt om de klinische werkelijkheid te beoordelen en te bespreken.  De gekende schema’s zijn niet heilig.  Doorheen de jaren zijn er aanpassingen gebeurt en wijzigingen.  Die zijn immers niet de kern van de theorie maar de onderliggende manier van denken, dat is wat belangrijk is.

Maciocia waarschuwt dan ook het model nooit als een geïsoleerde eenheid te gebruiken maar om die steeds te plaatsen in verhouding tot de eigenlijke orgaanfunctie.  Zoals mijn collega Roel Janssen omschrijft: “het probleem zit hem met name in de toepassing als systeem of doctrine.  Wuxing is nl. geen van beide, het is een werkmodel.  Daarbij zijn geen absolute waarheden.  Bij een systeem of doctrine zijn die er nl. wel.  Gebruik je de wuxing op die manier, dan kom je uiteraard op één of ander punt wel in de knel.  Het is heel belangrijk om voortdurend alert te zijn dat je de boel niet naar het model toe aan het praten bent.  Je moet eerst en vooral reëel blijven.  Een systeem of doctrine zal altijd een bepaalde starheid in zich dragen.  Die zegt: iets werkt zus en niet zo.  Een model echter is de theoretische basis voor de mogelijkheid van een systeem.  Dat systeem is dan één van de mogelijkheden.  In de praktijk dien je altijd creatief om te gaan met een model omdat het niet altijd 100% zal kloppen.  Een systeem ligt vast, een model is eerder een gegroepeerde set regels volgens welke je te werkt gaat zolang het tot resultaten leidt en waar je vanaf moet wijken als die resultaten er niet zijn.  Dat onderscheid is cruciaal.

Bibliografie:

– Kaptchuk Ted 1988. The Web that has no weaver; Uitgeverij Kosmos Utrecht / Antwerpen; ISBN 90 215 1227 0
Kervel Peter C, 2007.  Acupunctuur in 1 dag; Lan Di Press Kockengen; ISBN 978-90-79212-01-9
– Kohn L. 2004. Daoism and Chinese culture; Three Pine Press; ISBN 1-931483-00-0
– Lehman Hanjo 2012. A Westerner’s question about TCM: are the yinyang concept and the wuxing concept of equal philosophical and medical rank?; Journal Of Chinese Integrative Medicien March 2012, vol. 10, no.3
– Huang Jianping, 1995. Methodology of TCM; New World Press, Beijing China; ISBN 7-80005-266-4
Maciocia Giovanni, 1989.  The Foundations of Chinese Medicine – a comprehensive text for acupuncturists and herbalists; Churchill Livingstone Inc. New York; ISBN 0-443-03980-1
– May B & Tomoda T 1999. The origins of the wuxing. Journal of the Australian Chinese medicine education and research council, vol.4 no.2, pp. 14-23
– Porkert M. 1978. The theoretical Foundations of Chinese Medicine – Systems of correspondence. MIT Press; ISBN 0-262-16058-7
– R. Goris 2006. De Yijing van Koning Wen; Altamira Becht, Haarlem; ISBN 9069636565 / NUR722
–  Unschuld P., 2003.  Huang Di nei jing su wen – Nature, knowledge, imagery in an Ancient Chinese Medical Text; University of California Press; ISBN 978-0-520-23322-5
– Yevengy V. Albegov ea. 2010. The Wu Xing Theory and Homeostatic Interaction of Organs; Chinese Medicine Magazine 2010,1, 45-48. Published online september 2010 (http://www.SciRP.org/journal/cm)

Logo CNYS

Artikel gepubliceerd door de Stichting Chinese Yang Sheng and TCM.  Wil je meer weten over de Stichting of de verschillende onderdelen en projecten?  Neem dan een kijkje op www.cnys-tcm.com maar je mag ook altijd mailen naar info@cnys-tcm.com.

guasha therapie

Guasha - Schraap je gezond

Guasha Santai is een opleidingsinstituut met verschillende locaties in Nederland.  Ze zijn koploper op het vakgebied en door hun specialisatie in deze bijzondere techniek een echte aanrader om opgeleid te worden tot Guasha Therapeut.  Naast begeleiding van de afgestudeerden verzorgen ze ook een ruim aanbod aan cursussen en bijscholingen.  Het instituut staat onder leiding van Dhr. Harris Sleegers.  Guasha is een eeuwenoude schraaptechniek uit Zuid-Oost Azië die voor een breed assortiment aan klachten en aandoeningen kan ingezet worden.  Eind 2018 mochten wij Dhr. Sleegers interviewen over deze unieke techniek.  Uit nr. 9 van het CNYS-magazine.

INTERVIEW Harris Sleegers

Mijn naam is Harris Sleegers. Ik ben guasha docent en – therapeut en tevens eigenaar van het opleidingscentrum “Guasha Opleidingen Santai”.  Mijn vader komt uit Indonesië en mijn moeder uit Nederland. Ik kende de schraaptechniek al sinds ik heel jong was. Omdat ik wel vaker last had van een verkoudheid, smeerde mijn Indische oma toen regelmatig mijn rug in met Kava Putih olie en ging dan met een munt aan het schrapen (Kerok). Dat vond ik heel erg onaangenaam, het was pijnlijk, en kon me niet inbeelden dat dit later tot mijn levensdoel zou gaan behoren.  Door de tijd heen, kreeg ik steeds minder behandelingen met de munt. Je wordt ouder en je pad gaat verder. Rond mijn twintiger jaren hield ik me vnl. bezig met yoga en gaf ik een aantal jaren les. Rond mijn 40e kwam die behoefte om met mensen bezig te zijn, terug. Maar nu wou ik mij vooral richten op mensen vrij maken van klachten. Via allerlei omwegen ben ik bij Shiatsu terecht gekomen en werd ik Shiatsu therapeut. Ook dat heb ik een aantal jaren gedaan maar de beperkingen in het oplossen van problematiek frustreerden mij en dus ging ik verder op zoek.

In die zoektocht kwam ik via een Amerikaanse website op ‘scraping-therapy’ terecht. Dat bracht meteen de herinnering aan mijn oma terug. Deze maal kreeg ik echter meer inzicht in de achterliggende theorieën en besefte, dat wat mijn oma deed voor veel meer gebruikt kon worden dan enkel het voorkomen van een verkoudheid of bij spierpijnen. Dat triggerde mij en daar heb ik me verder in verdiept. Dat was zo rond het jaar 2000. Uiteindelijk kwam ik in Amsterdam terecht bij een Chinese mevrouw die in haar huiskamer kleine groepslessen organiseerde. Na die ervaring liep mijn pad naar Mannheim in Duitsland om bij Mevrouw Wang, die cursussen gaf samen met Dr. König – les te volgen.  Daarna kwam ik via correspondentie met Professor Lu uit Helsinki steeds meer te weten over de achtergrond en werking van Guasha.  Op een gegeven moment had ik dermate veel kennis verzameld dat het tijd werd om echt aan de slag te gaan. Dat heb ik dan ook gedaan via mijn shiatsu-praktijk. Ik ging mijn kennis van guasha, Chinese geneeskunde en shiatsu combineren en ik begon zo veel mogelijk de guasha te introduceren bij de cliënten die in mijn praktijk kwamen. Tenslotte was het meer guasha dan shiatsu wat ik in mijn praktijk gaf. In die eerste 5 jaar heb ik enorm veel ervaring opgedaan en leerde ik om steeds meer informatie te halen uit wat ik zag als gevolg van de behandeling.  “Ik kreeg een eigen visie en ontwikkelde eigen technieken. Zo kwam het dat ik uiteindelijk werd gevraagd om les te geven. “  Na lang aandringen heb ik in 2007 toegezegd en zo zijn we hier, 11 jaar later, waar ik zo’n 80 cursussen per jaar geef en meer dan 1000 mensen in Nederland en België heb opgeleid.  Al jaren liep ik met de gedachte rond dat er geen Nederlandstalig boek was over Guasha en dat als ik ooit de tijd zou hebben, een poging zou wagen om hier aan te beginnen. Tenslotte is dat boek in 2017, in samenwerking met Dorine Erkens, tot stand gekomen.

Wat is Guasha?

Beknopt uitgelegd:  99% van onze aandoeningen en ziektes heeft te maken met het aanwezig zijn van afvalstoffen in ons lichaam.   Hoe groter die berg afvalstoffen, des te minder de doorstroming van Qi en Bloed, en hoe zieker iemand wordt. Zowel lichamelijk als geestelijk.

“Guasha is een techniek waarbij olie op de huid wordt aangebracht

en met een gepolijste schraper, vaak steen of metaal, wordt het lichaam behandelt.”

De huid blijft intact, daar zorgt oa. de olie voor. Onder-huids treed er een soort zuigeffect op. Op de plaatsen waar veel afvalstoffen zitten heb je slechte doorbloeding.  De capillairtjes, de kleine haarvaatjes, zitten vol met afvalstoffen, toxines. Daardoor zijn de wandjes van de haarvaatjes erg zwak geworden. Blijf je op die plaatsen de techniek herhalen op een zachte manier, dan wordt er als het ware gezogen aan de bloedvaatwandjes. Alléén op die plaatsen waar veel toxines zitten breekt zo’n wandje even, komt er een druppeltje bloed vrij en dat is een sein voor het lichaam om via het lymfesysteem dat gebied op te ruimen.  Dat is wat guasha in de basis doet, het zorgt er voor dat afvalstoffen worden losgemaakt en opgeruimd. Daardoor verminderen klachten en krijgen mensen meer energie. Guasha kun je voor alle mogelijk denkbare aandoeningen inzetten.

Schraapt u altijd de rug?

Nee, afhankelijk van de klacht kun je dit ook toepassen op armen, benen, handen, voeten, buik of borst. Hoewel de rug wel een centrale rol inneemt vanwege de reflexzones van onze organen, die op de rug aanwezig zijn.  Guasha is heel bijzonder in die zin dat de therapeut een diagnose kan stellen tijdens of na de behandeling.  Dus behandeling en diagnose ineen. Door het wel of niet verschijnen van onderhuidse bloeduitstortingen, kan men veel van het lichaam te weten komen. Maar niet alleen waar zij verschijnen, maar ook de kleur en andere factoren vertellen je over het probleem van het orgaan of de bijbehorende emotie die de klacht veroorzaakt. Vanwege de reflexzones is het dus zo dat je als het ware het gehele lichaam behandelt als je de hele rug hebt behandelt.

Betekent dit dat de behandeling zich richt op puur lichamelijke klachten?

Nee. Het hele proces is een samen-spel van therapeut en patiënt. Je geeft mee wat er in het lichaam speelt en de persoon gaat met die informatie aan de slag. Vaak ligt emotie aan de grondslag. Alles wat je hebt meegemaakt ligt namelijk opgeslagen in het lichaam. Met guasha maak je dus bepaalde informatie los en dat is onderdeel van het genezingsproces waar je samen in gaat. Je ziet ook dat mensen gedurende zo’n traject echt een transformatie kunnen doormaken.  Die transformatie zet zich vaak voor lange termijn door. Mensen blijven dan ook de behandelingen voortzetten ook al zijn ze al lang van de initiële klacht af.

Hoe ziet zo’n traject er uit?

Uiteraard is dat afhankelijk van de klacht maar standaard genomen wordt er 1x per 2 weken behandeld. Tenminste als er geen zware acute of chronische klacht is. Hoe lang dat voortduurt is iets wat je moet afwachten. De impact van de behandeling hangt sterk samen met de levensstijl van een persoon. Als ik bv. met guasha een persoon behandel vanwege stress klachten maar die persoon bouwt diezelfde klachten steeds weer opnieuw op, dan kun je wel even bezig zijn. Het is dus ook een kwestie van bewustwording tot stand brengen bij de cliënt. Guasha is tenslotte een holistische vorm van behandelen. We hebben dan ook therapeuten werken op allerlei fronten. Met kinderen, criminaliteit- en drugs-problematiek als het gaat om het maken van die mentale switch, maar ook mensen met ernstig chronische ziektes of verlammingen. Het zijn dus zeker niet alleen mensen met een stijve nek die baat hebben bij guasha.

Hoe zit het dan met de diagnostiek?

Diagnostiek gebeurt dus tijdens het behandelproces. We leren onze cursisten kijken naar wat ze zien, het is dus een vorm van na-diagnose. We doen ook een voor-diagnose aan de hand van vraagstellen en temperatuur voelen enz… maar de belangrijkste diagnose is de behandeling zelf.

Ik leer de cursisten in anderhalf jaar meer voelen met die steen dan je met je eigen vingers kunt voelen, dat is mijn taak.

Dat betekent dat je voelt hoe het lichaam in elkaar zit, waar de blokkades en verklevingen zitten.”

Daarnaast kijk je naar de mate en locatie van verkleuringen. Het is op zich een eenvoudige methode, de kracht van guasha zit in zijn eenvoud.

Hoe ziet de opleiding er uit?

Je hebt één cursusdag per 8 weken. In totaal zijn er 9 cursus dagen (binnenkort worden dat er 10). In die 8 weken is het een kwestie van het geleerde in je vingers krijgen. Er zijn opleidingen die bv. 3 weekenden na elkaar doen maar in zo’n korte termijn kun je nooit de ervaring en kunde opdoen die nodig is om effectief te leren schrapen. Je moet een bepaalde gevoeligheid ontwikkelen en daarvoor heb je een hele hoop ervaring nodig. Die ervaring wordt bij ons ook echt getest.  Na 1,5 jaar volgt er een examen en ja er zijn ook cursisten die niet slagen voor het diploma. Maar ook al ben je na die periode geslaagd, dan begint het pas. Dat is het moment waarbij je in contact komt met de meest uiteenlopende ca-sussen. Ook dan zijn wij er voor onze cursisten.  Via mailverkeer en nascholings-dagen ondersteunen wij onze therapeuten bij het uitbouwen van hun expertise.

Het praktijkgedeelte is dus erg belangrijk. Wat voor theorie komt erbij kijken?

Natuurgeneeskunde, guasha en Chinese geneeskunde. Denk aan de vijf elementen leer, de meridianen, yin yang filosofie. Dat is zo wat de basis die je leert. Daarnaast hebben we dan allerlei bijscholingen om jezelf verder te ontwikkelen, zoals emotie-regulatie en Basiskennis TCM. Die bij-scholingen zijn enkel toegankelijk voor mensen die hier zijn opgeleid. De basis opleiding zet nl. een bepaalde visie uit en die visie trekken we door in de verdieping.

U vermeld het meridiaan systeem, wordt er daarbij in de richting van de meridiaan geschraapt?

Nee, bij guasha ben je immers minder bewust bezig op het niveau van de richting van energie-stroming. Het is een belangrijk aspect maar niet zo belangrijk als bv. binnen de acupunctuur.  Tijdens de behandeling focus ik me op mijn gevoel. Ik probeer vnl. de stroom op gang te brengen, het maakt niet uit waar je begint zolang je maar begint. Zorg dat het gaat stromen. Wie ben ik om het te gaan manipuleren, het lichaam zal het wel zelf oplossen. Het gaat om dat zelfhelend vermogen activeren.  In de Chinese filosofie is er een gezegde:  alles wat niet in het lichaam thuis hoort, wordt afgevoerd van boven naar beneden.   Zo simpel is het, dat is weer die eenvoud. Dat basis idee volg ik. Verder heb ik een heel eigen visie ontwikkeld op basis van mijn 18 jaar ervaring.

Wat onderscheid uw opleiding van andere aanbieders?

De tijdsduur van de opleiding, namelijk anderhalf jaar. En het betaalsysteem.  Bij ons betaal je nl. niet voor de gehele opleiding maar per module dat je aanwezig bent. Dat betekent dat je zelf je traject kunt bepalen en dus ook hoe ver je daarin wil gaan.  Het voordeel daarvan is dat mensen die de rit uitmaken ook echt ge-motiveerd en gepassioneerd zijn door wat ze doen. Ze oefenen en ontwikkelen hun vaardigheid tot in de puntjes. Dat zorgt ervoor dat iedereen die bij ons afstudeert als Santai Guasha therapeut ook echt zijn vak heeft geleerd. Het is een kwaliteitsgarantie voor onze afge-studeerde therapeuten en het is een mooie kans voor mensen die minder gepassioneerd zijn om toch kennis te kunnen maken met de techniek.

Heeft u nog 3 tips om gezondheid en welzijn te bevorderen?

1. Zoek een goede guasha therapeut . Men kan het ook preventief gebruiken.

2. Probeer met zo weinig mogelijk stress te leven.

3. Wees gelukkig en dankbaar voor dat wat je hebt.

 

Wil je meer weten over de Stichting of de verschillende onderdelen en projecten?  Neem dan een kijkje op www.cnys-tcm.com maar je mag ook altijd mailen naar info@cnys-tcm.com.

 

Logo CNYS

‘Zelfdenkende broek’ blaast op bij vallen: Deze heupairbag moet breuken bij ouderen voorkomen

Mensen op leeftijd die vallen of uitglijden kunnen een pijnlijke breuk als een heupfractuur oplopen. Om dat te voorkomen is de heupairbag uitgevonden. Tien ouderen met een valrisico gaan de airbag uitproberen bij stichting Eykenburg in Den Haag. 

De Haagse uitvinding met de naam Wolk is als het ware een ‘zelfdenkende broek’ die opblaast als iemand dreigt te vallen. De senioren die zelfstandig wonen gaan de broek een half jaar dragen en de proef moet uit zien te wijzen of de Wolk bijvoorbeeld een gebroken heup kan voorkomen.

De proef is een initiatief van de gemeente Den Haag en heeft onder meer als doel om de bewegingsvrijheid van ouderen groter te maken en tegelijkertijd de kans op breuken te verkleinen. ,,Technologie is daarbij geen doel op zich, maar een middel om de kwaliteit van leven te verbeteren”, aldus zorgwethouder Kavita Parbhudayal.

Sensoren 

De Wolk werd bedacht door Hans Schröder en samen met de TU Delft ontwikkeld. Maar hoe werkt het? In het apparaat zitten sensoren die vijfhonderd keer per seconde elke beweging in de gaten houden. Mocht iemand vallen, wordt dat gelijk herkent. Voordat diegene ook maar de grond raakt, wordt de broek opgeblazen rondom de heup. Op die manier landt de vallende persoon zachter. En dat niet alleen: ook wordt dan gelijk een sms gestuurd naar de contactpersoon van de oudere.

De heupairbag is een onderdeel van het actieprogramma Zorg en Innovatie 2019-2022 van de gemeente Den Haag. Zij is bezig met meerdere proefprojecten zoals de Wolk. Zo wordt ook gewerkt aan een uitleenservice, waarbij bewoners van de stad technologie kunnen uitproberen, voordat deze gekocht hoeft te worden.

AD –  Christy Dollen 23-02-21, 10:15

Taiji Tao & Qigong

Rond deze tijd vorig jaar hadden we het genoegen kennis te mogen maken met Veronique Rillmann en Michel Naafs van de opleiding Taiji Tao. Samen hebben zij een jaaropleiding Taiji en Qigong opgezet in de traditie van Jan Kraak.  Veronique is trotse eigenaar van het Chinese gezondheidscentrum The Yellow Maple waar zij naast acupunctuur ook gespecialiseerd is in allerlei andere takken zoals voeding en kruiden, massages en dus ook bewegingsleer. Michel komt dan weer uit de hoek van psychologie waarbij hij werkt als coach en trainer.  Twee super aardige mensen met een diepe passie voor hun vak die ons een kijkje konden geven in de stoming van Taiji Tao.  Veel leesplezier

INTERVIEW Taiji Tao

Mijn naam is Veronique Rillmann.  Ik ben 56 jaar en sinds de jaren 90 bezig met TCM.  Oorspronkelijk kom ik uit het Sociaal Cultureel en Reïntegratiewerk.  Het begon allemaal met de hobby van bonsai en van daaruit Taiji, Fengshui, Tuina, Chinese voedingsleer en dan maar gelijk door naar ook acupunctuur en kruiden.  In 1998 begon ik met lesgeven Qigong en Taiji en draai nu 10 groepen waarbij er enkele specifiek voor mensen met chronische klachten.  Daarnaast heb ik dan mijn praktijk  The Yellow Maple.

Mijn naam is Michel Naafs en ben 46 jaar.  In het dagelijks leven ben ik coach-psycholoog.  Ik help mensen om uit stressvolle situaties te komen, dan wel vanuit een privé setting als vanuit werk-situaties.  Zes jaar geleden ben ik in aanraking gekomen met Taiji Tao en Qigong.  Ik ben ongeveer anderhalf jaar bij Jaap Luyten op les geweest en heb daarna bij hem een jaaropleiding gevolgd. Vanuit mijn eigen ervaring met burn-out en mijn ondernemersgeest heb ik op een gegeven moment de stap gewaagd en ben parttime voor mezelf begonnen.

Jullie geven samen een jaaropleiding – hoe ziet zo’n opleiding er uit?

Het is een opleiding van twaalf maanden waarbij in de eerste twee lessen een degelijke theoretische basis wordt gelegd waarop de volgende lessen in het teken staan van de 5 elementen.   Tussentijds is er een tentamen die vooral gericht is op het geven van inzicht in hoe ver iemand staat in zijn / haar ontwikkeling.  Er is daarnaast ook les in de praktijk,  didactiek, meditatie en een examendag voor theorie en praktijk.  Twaalf lesdagen in totaal –  één zaterdag per maand, ingedeeld in de ochtend is het met name theorie en de middag praktijk.  Wanneer men het tentamen en examen aflegt ontvangt men een diploma en de mogelijkheid om in de landelijke registratie van Tai Chi Tao docenten te worden opgenomen.  Zonder examen/tentamen krijgt men een bewijs van deelname.  Daarnaast hebben we alles digitaal zo mooi georganiseerd, dat alle deelnemers zowel de theorie als de praktijk online kunnen volgen én downloaden. Op elk moment kunnen ze bv. met hun eigen smartphone de theorie nog eens doorlezen of een vorm oefenen.

Wat voor soort theorie krijgt men in de opleiding?

Een stukje achtergrond over het land en de geschiedenis van China maar uiteraard ook de begrippen WuWei; Yin en Yang; Qi; de vijf elementen en al de resonanties die zich hiermee verbinden.  Die theorie proberen we uiteraard terug te koppelen naar de fysieke oefeningen.  Wat is bv. een yin- beweging of een yang-beweging? Als je een grote beweging omhoog maakt, bij welk element kun je dat plaatsen?  Wat zijn wateroefeningen?  Enz…  De kern van de opleiding draait dus om de vijf elementen.  Die koppelen we niet alleen aan de oefeningen maar ook aan de potentiële docenten.  De elementen zeggen nl. ook iets over jou als docent.  Daarbij doet men een test om te bepalen of je een yin of yang type bent en welk element bij jou het meest op de voorgrond zit.  Dat geeft veel houvast hoe jij als docent dingen bij jezelf kan veranderen, hoe je kunt transformeren.  Een stukje psychologische ontwikkeling dus.  Op die manier kun je vanuit een hele nieuwe invalshoek naar bepaalde zaken gaan kijken.  Zelfontwikkeling is een belangrijk stuk.

Kun je me wat meer vertellen over de Taiji Tao?

In de opleiding onderwijzen we meerdere vormen.  Taiji Tao vormt de kern maar zo komen ook de Shibashi en de BaDuanJin (8 brocades) aan bod.  Daarnaast heb je dan vijf elementen – vormen.  Die komen specifiek uit de Taiji Tao.  Kenmerkend voor deze stroming is dat we veel door elkaar gaan hutselen.  Het creatieve proces van combineren en aanpassen is een belangrijk aspect.  Daarbij is het uiteraard wel belangrijk dat de basis principes aan de grondslag liggen van alles wat je doet.  Zo heb je ChengFu basisprincipes, het zinken, bewegen vanuit het midden, snel of langzaam, de krachtopbouw van onder naar boven en de manifestatie in de handen.  Het uitvoeren van de oefeningen met aandacht en waarnemingsvermogen.  Al die principes komen telkens opnieuw naar voren in eender welke vorm die je doet.  We leren dus eerst de principes en dan pas de vormen.  Hoewel we dit niet dogmatisch willen gaan doen.  Er moet steeds ruimte blijven voor de mogelijkheden van het individu.  Het is belangrijk dat men op de hoogte is zodat men het ook kan overbrengen.  Die toegankelijkheid is een belangrijk aspect van Taiji Tao.  Het is geen strijd of competitie, het gaat erom dat iedereen aan zijn / haar gezondheid kan werken op hun eigen niveau en met de eigen mogelijkheden in rekening gebracht.

Als ik het goed begrijp is Taiji Tao dus niet zozeer een bepaalde vorm maar eerder een set van vormen met een specifieke benadering?

Er zijn een aantal vaste vormen in onze opleiding waarbij in bijna elke vorm de vijf elementen zit verweven.  Dat is te danken aan de grondlegger Jan Kraak.  Daarbij hoort het idee dat je je vrij mag voelen om de vorm aan te passen zolang de essentie ervan behouden blijft.  Zo ontstaan hele mooie vormen.  Het creatieve proces, dat is belangrijk.  Zo kan een vorm zich kenmerken door het terugkeren van een groeiend einde, de beweging van het hout.  Of de spreiding van het vuur, de samentrekkende beweging van het metaal, het voedende van de aarde;  het zijn bijna gedichten in de vorm van beweging.  Daarbij komen ook veel visualisaties aan bod.  Als je het verhaal vertelt dan kun je dat ook makkelijker onthouden.  Dat maakt het hele proces dynamisch.  Zo hebben we bv. ook een Taiji/Qigong – zonnegroet ontwikkeld.  De bewegingen richten zich naar de zon en we gebruiken ook veel verwarmende elementen van het vuur, de warmte van de zon.   Dat soort zaken mag je allemaal bedenken, het is op een speelse manier omgaan met je eigen creativiteit en de materie.  Als je de essentie weet te waarborgen en de basisprincipes weet te respecteren dan kan iedereen zo’n vorm gaan ontwikkelen.

Echt aan de slag gaan dus met de principes.  Toegankelijkheid, laagdrempelig.  Hebben jullie een bepaalde doelgroep voor ogen?

Nee, in onze opleiding niet.  Privé gezien zit Veronique meer op de preventieve en curatieve gezondheidskant en heeft ze ook een iets ouder publiek.  Ikzelf (Michel) zit meer op de beleving en meditatieve kant.  Zo zou je het kunnen scheiden.  In de opleiding is er echter geen scheiding.  Ieder kan ermee zijn / haar eigen weg begaan.  Elke Taiji Tao leraar ontvangt zijn eigen mensen, het stuk uitvoering is toch erg persoonsgebonden en daar is voor elk wat wils.  Elke leraar heeft ook zijn eigen ontwikkeling en bagage.  Je ziet vaak dat mensen toch gaan samenvlechten wat ze hier leren met wat ze al kennen of met zaken die ze dan achteraf nog leren.

Je hebt verschillende soorten qigong.  Voor vechtsport, gezondheid of spirituele ontwikkeling.  Welke rol speelt Taiji Tao in zijn beoefening?

Uiteindelijk gaat het om de San Bao principes: Jing, qi en shen.  Soms ligt de nadruk meer op Jing, dan weer op Qi en een andere keer op het Shen aspect.  Die aspecten kun je ook verbinden met elkaar.  Die koppel je dan weer met de vijf elementen – die daar altijd in verweven zitten – en zo ga je verder naar meridiaan niveau.  Het hangt ervan af waar je nadruk op komt te liggen, uiteindelijk pak je alles aan.

Jullie geven ook meditaties in de opleiding.  Kun je daar wat meer over vertellen?

In de opleiding geven we een inkijk in de verschillende stijlen die er zijn.  Daarbij proberen we vooral niet sturend te zijn in de keuze van richting die een cursist op wil.  Mensen moeten het vooral gaan ervaren.  Wij zijn er om hen de dingen aan te reiken.  Sommige meditaties komen uit de yoga-traditie, anderen uit de Qigong of uit zen-meditatie.  Cursisten moeten zich achteraf vooral uitgenodigd voelen om verder te gaan in een bepaalde zelfgekozen richting en daar dan de diepgang in gaan vinden.   Zo hadden we vorig jaar bv. een cursist die veel weerstand had tegenover meditatie.  Toen ik (Michel) hem enige tijd na de opleiding terug tegen kwam bleek hij elke dag te mediteren en daar heel veel baat bij te ondervinden.  Dat is precies wat je wil natuurlijk.  Dat het echt waarde toevoegt aan het leven van mensen.

De opleiding bestaat dus uit theorie, praktijk, didactiek en meditatie.  Zijn er veel cursisten die zelf al les geven?

De meeste cursisten geven geen les bij de start van de opleiding maar velen doen dat achteraf wel.  Ons voornaamste doel is niet persé docenten op te leiden maar met name verdieping aanbieden in hun zelfontwikkeling.  Van de 12 cursisten die vorig jaar deelnamen geeft nu bv. de helft les.  Er zijn ook twee mensen gestopt omdat ze dan toch merken dat dit niet hun weg is en dat mag natuurlijk ook.  Het gaat om de ontdekkings-tocht.

Hoe ziet de opleiding er praktisch gezien uit?

Zoals ik eerder zei gaat het om 12 lessen verspreid over 12 maanden.  De totale kosten van de opleiding zijn 1548 euro.  Dat bedrag kan overigens ook maandelijks betaald worden. Bij een betaling in één keer is er korting.  Ook daar weer proberen we de toegankelijkheid voor de mensen te waarborgen.  Op onze website www.taijitao.nl kunnen cursisten dan weer alle lessen digitaal en in videomateriaal opnieuw doornemen en downloaden via een studieportaal.  We hebben een facebook groep opgericht (Taiji & Qigong Nederland) die open is voor iedereen en waar we informatie delen en waar anderen ook hun info, workshops, opleidingen etc. kunnen plaatsten.  Daarnaast bieden we EHBO cursussen specifiek voor Taiji / Qigong / Yoga of verwante beweegactiviteiten aan.  Verder worden er jaarlijks docentendagen georganiseerd door o.a. Ted Duijvestijn (Lelystad) en Marijke van der Kraan (Doetinchem) om kennis en ervaringen uit te wisselen.

Hebben jullie nog 3 tips voor onze lezers om gezondheid en welzijn te verhogen?

Het zullen er vier worden:

Vier essenties van het leven volgens de Chinezen.   Die gebruikt Michel in zijn praktijk onder de vorm van het acronym BERG zoals het yin -yang symbool ook wel eens vergeleken wordt met een berg waarvan de zonzijde yang is en haar schaduwzijde yin:

B Bewegen

E Eten en drinken

R Rust nemen

G Gedrag | Mindset

 

 

Wil je meer weten over de Stichting of de verschillende onderdelen en projecten?  Neem dan een kijkje op www.cnys-tcm.com maar je mag ook altijd mailen naar info@cnys-tcm.com.

 

Logo CNYS

Qi (Chi) - Wat is dat?

De Chinese cultuur kent één heel uitzonderlijk begrip wat ons heel bekend in de oren klinkt maar waarvan de precieze betekenis voor velen van ons een groot vraagstuk blijft. Ik heb het hier over het begrip ‘Qi’. Vaak grijpen we terug naar de allesomvattende vertaling van ‘energie’1. Het begrip energie wordt echter vaak al even vaag ervaren als de term ‘Qi’, alleen dat het dan misschien wat vertrouwder in de oren klinkt en we er tenminste een beeld kunnen bij vormen. Het artikel richt zich er op om enkele lijnen uit te zetten waarrond de verkenning van het begrip ‘Qi’ kan worden opgezet in de hoop zo een beter en duidelijker omlijnde verklaring te kunnen geven voor een begrip dat zo belangrijk is binnen de Chinese gezondheidscultuur.

Allereerst kunnen we stellen dat de betekenis en het gebruik van het begrip qi door de geschiedenis heen verandert2. Niet alleen verandert het in de loop der tijd, het verandert ook per context waarin het wordt gebruikt.3 We zullen beginnen met de meeste ruime blik op qi. Nl. Alles is Qi.4 Niet alleen wat er is maar ook wat er kan zijn. Qi vertegenwoordigt de mogelijkheid van alle verschijningsvormen van het leven op aarde en in het menselijk lichaam. Deze qi is volgens P. Kervel5 ongedifferentieerd, van één en dezelfde kwaliteit, onzichtbaar en onmeetbaar. Het is de primaire staat van het universum6, de accumulatie van qi schept leven, de verstrooiing ervan brengt de dood.

Zoals we in de Chinese kosmologie kunnen zien treedt hierna differentiatie op.6 Uit de Dao, uit Wuji (de stilte die alle potentialiteit omvat – Qi zoals we bij E.R. de la Vallée gezien hebben) ontstaat Taiji, van yin en yang. De interrelaties van deze twee leiden tot wat we kennen als Wuxing (Metaal, Water, Hout, Vuur, Aarde) en de 10.000 dingen, maw. alles wat er is.

8“ Tao begets the One;

The One consists of Two in opposition (the Yin and Yang);

The Two begets the Three;

The Three begets all things of the world.

All things connote the Yin and Yang.

The Yin and Yang keep acting upon each other

And thus things keep changing and unifying themselves.”

Dit proces wordt weergegeven in Hoofdstuk 42 van de Dao De Jing.  De drie in dit vers wordt gezien als de weergave van de driedeling Hemel – Mens – Aarde.9  Waar Hemel de opeenhoping van Yang is, het Ultieme Yang en de aarde het Ultieme Yin.  De mens is dan wat daaruit voortkomt.  De interrelatie van yin en yang waar het gedicht over spreekt wordt uitvoerig behandelt in het boek de ‘Yijing’.10  Volgens dit boek is de realiteit zo dat alles in het universum onderhevig is aan verandering.

Die differentiatie is wat ons verhaal verder stuwt.  De differentiatie leidt in eerste instantie tot iets wat immaterieel is of iets wat materieel is.11 Een vorm van energie of materie.  Het kan subtiel zijn als lucht of het kan compact zijn als een berg.  Bij het immaterieel komen vertalingen zoals lucht, adem, damp,… aan bod.12  Deze vertalingen duiden op de nauwe relatie die qi in eerste instantie heeft met Wind.  Zoals E.R. de la Vallée13 aangeeft kom je in de vroegste klassieke Chinese teksten, orakelbeeninscripties of brons-inscripties het begrip qi niet tegen.  Wat je wel tegenkomt is het karakter voor ‘wind’.  Wat kwaliteiten bevat die je later bij het begrip qi zult terug vinden.  Ook P. Unschuld14 legt binnen de ontwikkeling van het concept qi de link met ‘wind’.  Qi werd op die manier ook gezien als een omgevingsfactor.  Net zoals wind uit vier windrichtingen komt heb je ook qi die bij deze windrichtingen hoort.

Daarnaast heb je de qi van de vier seizoenen.  Wanneer je dan verder kijkt in de ontwikkeling van qi kom je bij de associatie van qi en menselijke emoties.15  Niet alleen zijn emoties een vorm van qi, de qi van het lichaam wordt tevens beïnvloedt door de emotionele staat van een persoon.

15 Huang Di:

When one is angry, the qi rises.

When one is happy, then the qi relaxes.

When one is sad, the qi dissipates.

When in fear, the qi moves down.

Kijken we naar de meer materiële zijde van Qi dan komen we binnen het menselijk lichaam al snel terecht bij de intieme relatie tussen bloed, qi en lichaamsvloeistoffen.16  Deze is volgens C. Xinnong van primair belang bij het bepalen van een behandeling.  Ze coördineren, promoten of verhinderen elkaar in hun functionele activiteiten.  Dit wordt bevestigd door Z. Yanfu17 die erop wijst dat niet alleen in pathologie maar ook in fysiologie de relatie aanwezig is.  Het zijn basis substanties die in elkaar kunnen omgezet worden onder invloed van de transformerende activiteit van qi.  Als één van hen verandert zullen de andere twee een overeenkomstige reactie vertonen.  Bloed voedt de qi en de qi stuwt en houdt het bloed vast.18

In de voorgaande alinea’s hebben we gezien dat er een onderscheid gemaakt wordt tussen immaterieel of de meer materiële vormen van qi.  Dit is echter slechts één manier van kijken naar qi.  De andere manier is om te kijken naar qi als functie of te gaan differentiëren in functie van qi.  Kendall wijst erop dat qi als suffix toevoegen aan een begrip, dit begrip transformeert in de beschrijving van de functie van dat begrip.19  Als je zegt, lever-qi, dan bedoel je de functie van de lever volgens de Chinese geneeskunde.  Dus qi wijst ook op de functionele activiteit van de organen20. Qi kan de functie weergeven van iets maar qi zelf kan ook verschillende functies hebben.  Twee belangrijke componenten van qi zijn de voedende functie (Yingqi) en de beschermende functie (Weiqi).21 Daarnaast vind je verwarmende / stimulerende functie (allen een vorm van yangqi), transformerende of controlerende functie, enz..  Verder wordt er een onderscheid gemaakt tussen Pre-natale qi, wat je hebt meegekregen bij de geboorte of post-natale qi, dat wat je na je geboorte verzamelt zoals via voeding en ademhalen.  Vind je dat nog niet genoeg, dan kun je concepten als Yuanqi, Zongqi en Zhenqi gaan verkennen.

Zoals we gezien hebben in het bovenstaande artikel is het begrip ‘Qi’ een hele wereld op zich.  Het is de basis van ons universum.  De belangrijkste differentiatie is die in Yinqi en Yangqi.  Een onderwerp waar hele boeken over zijn geschreven.  Het kan materieel of immaterieel zijn maar het betekent ook gewoon functie dan wel dat het zelf verschillende functies is.  Toch is het één.  Een uitspraak van Michael Page geeft dit mooi weer: “Het is een geslepen diamant die als je erop schijnt vele verschillende soorten lichtstralen toont maar toch is het één en dezelfde diamant.22

TV.

1. E.R.de la Vallée 2006 p.1   2. E.R de la Vallée – Study of Qi 2006 p.7 / P. Unschuld 2003 – Huang di Nei Jing p.149   3. G. Maciocia 1989 p.36   4. E.R de la Vallée 2006 p.5 & p.35   5. P.C. Kervel 2007 p.50   6. Z. Yanfu 2000 p.102 / G. Maciocia 1989 p.36   7. J. Fowler  2005 p.79       8. G. Zhenkun 2006, Chapter 42   9. J. Fowler 2005 p.110   10 J. Fowler 2005 p.44    11.G. Maciocia 1989 p.35 / J. Fowler p.177   12.J. Fowler 2005 p.177 / N. Wiseman 2002 p.457 / P. Unschuld 2003 p.149   13. E.R. de la Vallée 2006 p.2    14. P. Unschuld 2003 p.149   15. P. Unschuld 2003 p.160   16. C. Xinnong 2010 p.57   17. Z. Yanfu  2000 p.123    18. G. Maciocia 1989 p.51   19. D.E. Kendall 2002 p. 133     20. G. Maciocia 1989 p. 38    21. D.E. Kendall 2002 p.129 / G. Maciocia 1989 p. 41&47 / PC Kervel 2007 p.242 / Z. Yanfu 2000 p. 104 / N. Wiseman 2002 p. 475 / C. Xinnong 2010 p. 54 22. J. Fowler 2005 p. 177

Bibliografie:

Cheng Xinhong, 2010.  Chinese acupuncture and Moxibustion; Foreign Languages Press Beijing China; ISBN 978-7-119-05994-5
– Donald E. Kendall, 2002.  Dao of Chinese Medicine – understanding an ancient healing art; Oxford University Press Inc. New York; ISBN 978-0-19-592104-5
– Elisabeth Rochat de la Vallée, 2006.  A study of Qi – in classical texts; Monkey Press; ISBN 978-1-872468-28-0
Giovanni Maciocia, 1989.  The Foundations of Chinese Medicine – a comprehensive text for acupuncturists and herbalists; Churchill Livingstone Inc. New York; ISBN 0-443-03980-1
– Gu Zhengkun, 2006. The Book of Tao and The; Beijing University; ISBN 978-7-5001-1200-6
Jeaneane Fowler, 2005.  An introduction to the Philosophy and Religion of Taoism – Pathways to immortality;  Sussex academic press Brighton Portland; ISBN 1-84519-086-6
– N. Wiseman & F. Ye, 2002.  A practical dictionary of Chinese Medicine.  Second Edition, Fourth Printing.  Paradigm, Brookline, MA and Taos, NM; ISBN 0-912111-54-2
–  P. Unschuld, 2003.  Huang Di nei jing su wen – Nature, knowledge, imagery in an Ancient Chinese Medical Text; University of California Press; ISBN 978-0-520-23322-5
Peter C. Kervel, 2007.  Acupunctuur in 1 dag; Lan Di Press Kockengen; ISBN 978-90-79212-01-9
– Zuo Yanfu, 2000. Basic Theory of Traditional Chinese Medicine 2003. Publishing House of Shanghai University of TCM; ISBN 7-81010-682-1

Logo CNYS

Artikel gepubliceerd door de Stichting Chinese Yang Sheng and TCM.  Wil je meer weten over de Stichting of de verschillende onderdelen en projecten?  Neem dan een kijkje op www.cnys-tcm.com maar je mag ook altijd mailen naar info@cnys-tcm.com.

dementie in corona tijd

Dementie in coronatijd - Maak van je contact op afstand een geluksmoment

Meer contact op afstand en minder bezoek. Dat is door corona de nieuwe werkelijkheid voor veel ouderen in een verpleeghuis. Het virus is nog niet lang niet weg. In veel verpleeghuizen is contact op afstand mogelijk via beeldbellen of de telefoon. Pieter van Foreest wilde graag een stap verder gaan: in juli en augustus hebben 1000 mantelzorgers een online training van Care-Riing gevolgd om nog beter om te leren gaan met hun dierbare met dementie.

Online training gemaakt door mantelzorger
In slechts twee maanden zijn 1000 mantelzorgers getraind in het voeren van een fijn gesprek. “Mantelzorgers hebben hier echt wat aan” zegt Ad Blom, Programmamanager innovatie en expertise bij Pieter van Foreest. “Dat blijkt uit de gemiddelde waardering van 8,4 en uit de individuele reacties die we krijgen”. Else Vedder, Assistent Programmacoördinator voegt hieraan toe “Wat deze eLearning anders maakt dan andere trainingen, is dat een mantelzorger deze cursus ontwikkeld heeft. Dit zie je terug in de praktijkvoorbeelden en de tips. Dat spreekt mantelzorgers aan. Het is niet alleen theorie, maar de cursus spoort ook aan om het in de praktijk te gebruiken”.

Onwetendheid bij mantelzorgers
Omgaan met dementie is complex. De beperkingen die corona oplegt aan cliënten met dementie, doet een grote aanslag op het inlevingsvermogen en de vaardigheden van mantelzorgers. Door goede training kan onwetendheid bij de mantelzorger verminderd worden. Dit zorgt voor meer rust en minder eenzaamheid en verdriet bij de cliënt, zeker in tijden van corona.

Een greep uit de reacties op de training: “Ik heb veel meer begrip gekregen voor de belevingswereld van mijn moeder en kan haar hierdoor beter benaderen.”,  “duidelijk en niet belerend”, “Dit zijn tips waar ik iets mee kan”.

Fysieke training niet mogelijk
Door corona zijn fysieke trainingen of bezoek aan Alzheimer cafés niet mogelijk, terwijl dit juist nu zo nodig is. Ad Blom: ”Wij zochten een manier om in korte tijd een groot aantal mantelzorgers te ondersteunen. Dan is een online training het meest geschikt. We hebben voor de online training van Care-Riing gekozen, die volledig is toegespitst op telefonische gespreksvaardigheden met personen met dementie (https://care-riing.com/training)”.

Geplaatst op: 24 September 2020

Steeds meer vrouwen krijgen een hartinfarct: ‘Voordat ik het wist lag ik met gillende sirenes in de ambulance’

Jonge vrouwen krijgen steeds vaker een hartinfarct weet journalist Maartje Laterveer (43) na een flinke schrik. Hoe kan dat? En waarom worden deze infarcten niet als zodanig herkend?

Een paar weken geleden lag ik naar een filmpje van mijn hart te kijken. Dat zat zo: om onnavolgbare redenen deed mijn hart al een tijdje pijn. Niet continu, en niet op de manier die je normaal in de film ziet als iemand een hartaanval krijgt. Maar toch. Na drukke dagen, en daar had ik er veel van, kwam het steeds vaker voor dat ik ineens doodmoe werd en een gevoel had alsof er een vuist om mijn hart zat die steeds steviger kneep. ’s Nachts straalde het vaak uit naar mijn linkerschouder en ik werd er soms ook misselijk bij. Ik werd er een beetje bang van, zeker omdat ik Hart voor vrouwen van cardioloog Angela Maas had gelezen en wist dat hartaanvallen zich bij vrouwen anders aandienen dan bij mannen: vaak met moeheid en misselijkheid, en een knellende pijn. Voor de zekerheid liet ik me doorverwijzen naar cardioloog Janneke Wittekoek. Zij heeft een eigen kliniek in Utrecht die speciaal is ingericht om hartklachten bij vrouwen tijdig te signaleren.

Ik had het nog nooit eerder gezien, mijn hart dat onverstoorbaar aan het pompen was, op en neer, op en neer, met een levenslust waar ik me eerlijk gezegd nooit bewust van was. Wittekoek legde uit wat ik zag: mijn linkerboezem, de rechter, mijn hartkamers, de kleppen die ervoor zorgen dat het bloed de juiste kant op wordt gepompt en de kransslagaders, de bloedvaatjes die als een vlechtwerk om je hart liggen en zorgen voor de bloedtoevoer. Ze neemt altijd ruim de tijd voor zo’n echo. Het is belangrijk, vindt ze, om te weten hoe je hart eruitziet en hoe het werkt. Mensen zouden er minimaal eens in hun leven eens goed naar moeten kijken. Vooral vrouwen. Want, zo vertelt ze, in onze hypermoderne samenleving is een type hartaanval in opmars onder relatief jonge vrouwen die nergens last van hebben en ineens pats-boem neervallen als ze op zaterdagavond met een kop thee op de bank zitten.

Cardioloog Angela Maas kwam deze trend een jaar of vier geleden op het spoor. Ze doet sindsdien onderzoek naar dit type hartinfarct, de SCAD (Spontane Coronaire Arteriële Dissectie), een scheur in de kransslagader). De SCAD is niet nieuw: al in 1931 dook hij voor het eerst op in de geneeskundeboeken. Volgens cardioloog Bert van Rossum, voorzitter van de Nederlandse Vereniging Voor Cardiologie, komt dit hartinfarct relatief weinig voor. ‘Per jaar zijn er in Nederland zo’n 34 duizend hartinfarcten en daarvan is 0,1 tot 0,4 procent een SCAD, dus tussen de 34 en 136 gevallen. Viervijfde daarvan bestaat uit vrouwen.’ Maas denkt daar anders over. ‘Vroeger dachten we inderdaad dat de SCAD extreem zeldzaam was, maar inmiddels weten we dat het 30 procent van alle hartinfarcten bij vrouwen onder de 60 betreft.’ Dan heb je het over zo’n 90 gevallen per jaar. Volgens Europees onderzoek is dat vermoedelijk nog een onderschat aantal, omdat niet alle gevallen als zodanig worden herkend.

De SCAD, die bij mannen onder de 60 hoogstens 1 tot 2 procent van de hartinfarcten betreft, valt onder de zogenoemde MINOCA: typen hartinfarcten waarbij zuurstofgebrek optreedt zonder dat er sprake is van dichtgeslibde vaten, zoals normaal gesproken het geval is bij hartinfarcten. Wittekoek signaleert een duidelijke opmars van dit type hartinfarcten, waar vrouwen volgens haar een vijf keer hogere kans op hebben dan mannen. Als lid van de werkgroep Gender van de NVVC (de Nederlandse Vereniging Voor Cardiologen) schreef ze mee aan een leidraad die ervoor moet zorgen dat cardiologen dit type hartinfarcten sneller en beter herkennen. Zo’n leidraad is hard nodig, zegt ook Maas: ‘We hebben lang gedacht dat hartinfarcten allemaal hetzelfde waren: het dichtslibben van een bloedvat, een plotse afsluiting door een stolsel. Dat is het type dat we grotendeels zien bij mannen. Maar onze samenleving is anders dan veertig jaar geleden en dat drukt zijn stempel op het soort hartinfarcten dat we krijgen.’

©Anna Kiosse

Hartklachten bij vrouwen beginnen vaak met een grillig patroon van pijn tussen de schouderbladen, een gevoel alsof de beha te strak zit. Deze klachten lijken niet op de klassieke pijn, die wordt omschreven alsof er een olifant op de borst zit en uitstraalt naar de kaak. Het gevolg is dat artsen de klachten bij vrouwen niet altijd herkennen als mogelijke hartproblemen, en dat ze hen soms naar huis sturen met de boodschap dat het wel tussen de oren zal zitten.

Vaak is er volgens Maas ook geen duidelijk aanwijsbare oorzaak voor het hartinfarct onder relatief jonge vrouwen. ‘Uit onderzoek van de universiteit van Harvard onder een grote groep SCAD-patiënten blijkt dat die relatief hoogopgeleid zijn en weinig traditionele risicofactoren hebben, zoals een hoog cholesterol of diabetes. Een derde heeft last van een hoge bloeddruk en ruim een derde heeft een bepaalde bindweefselaandoening. Maar bij de grootste groep is er geen aanwijsbare onderliggende oorzaak. Het zijn vrouwen die bijna allemaal gezond leven en weinig overgewicht hebben.’

Caroline Verhage is zo’n vrouw. Ze kreeg drie jaar geleden een SCAD. ‘Ik stond in de sportschool, ik voelde me niet lekker en mijn trainer zei: volgens mij heb je het aan je hart. We hebben er met z’n allen nog hard om gelachen, maar zij zei: ik laat je niet gaan totdat je naar het ziekenhuis gaat. Even later zat ik met mijn sportvriendinnen in de wachtkamer van de huisartsenpost en voordat ik het wist lag ik met gillende sirenes in de ambulance, want ik bleek een hartinfarct te hebben.’ Een oorzaak werd nooit gevonden.

Volgens Maas is de belangrijkste oorzaak bij deze groep vrouwen mentaal: ze maken zich te druk en neigen naar perfectionisme. Samen met de afdeling psychologie van de Universiteit Tilburg heeft ze onderzoek gedaan onder 180 vrouwelijke SCAD-patiënten en daaruit kwam naar voren dat hun stressniveau vrij hoog was. ‘Zeker meer dan de helft heeft voorafgaand aan het infarct een jaar of twee op de tenen gelopen. De onderzoekers van Harvard vonden ook een link met een trauma. Ongeveer 48 procent van de vrouwen had een posttraumatische stressstoornis als gevolg van een overlijden van een dierbare, een echtscheiding of ontslag.’ Verhage had geen trauma, maar wel stress. ‘Ik had een drukke baan bij Monsterboard. En ik was al een tijd erg vermoeid.’

De herkenning is frappant. Ik vind het een moeilijk te verteren gedachte dat stress mijn lichaam kapot kan maken, maar ik moet erkennen dat mijn laatste jaren behoorlijk stressvol zijn geweest. Ik ben gescheiden en heb me sindsdien over de kop gewerkt om het hoofd boven water te houden als alleenstaande moeder. Daarbovenop komen een aantal nare ervaringen uit mijn verleden waar ik nooit afdoende mee heb afgerekend.

Ook Debbie Nuytemans (49) kan daarover meepraten. Zij kreeg drie jaar geleden op haar 46ste een SCAD, uit het niets, terwijl ze op haar werk in het AMC was, waar ze op de afdeling neonatologie werkt als research-coördinator. ‘Ik moest tijdens een presentatie een film starten en dat lukte niet. Ik moest iemand zoeken, trap op, trap af. Uiteindelijk was het gelukt, ik had mijn praatje gehouden en ging zitten – en toen voelde ik me ineens niet lekker. Het was net alsof ik een hap had genomen die bleef hangen. Slikken, slikken, ik kreeg het niet weg. Blijkbaar trok ik ook wit weg, ik begon te zweten, kreeg een natte bovenlip, voelde me misselijk en ik zei tegen mijn collega’s: volgens mij is het mijn hart. Dat wisten ze wel zeker, en binnen tien minuten zat ik aan de hartbewaking met allerlei stickers en plakkers.’

Achteraf ziet ze de waarschuwingssignalen die ze heeft genegeerd. ‘Ik was al maanden heel moe, en kribbig. Ik heb een heel druk leven. Ik heb een superdrukke baan. Ik heb twee kinderen die een beetje uit de pas lopen, een heeft autisme met ADHD en een senso-motorische integratiestoornis, wat betekent dat bij ons thuis een militaristisch regime heerst.’ En ook haar leven kent traumatische gebeurtenissen. ‘Ik heb bij het uitdelen van pech best vaak vooraan gestaan. Ik heb veel miskramen gehad, en een vroeggeboorte waarbij mijn zoon is overleden.’ Natuurlijk, ze doet aan yoga, en fietst elke dag een kilometer of twintig naar haar werk, wat ze heerlijk vindt. Ze doet alles om te ontspannen, maar vindt dat net zo moeilijk als ik. ‘Als iemand de knop heeft gevonden die je om kunt zetten, dan wil ik graag weten waar die zit. Ik ben heel erg betrokken bij mijn werk en kan mezelf thuis moeilijk uitzetten. Ik voel me namelijk ook nog overal verantwoordelijk voor.’

Dat laatste is volgens Maas de reden waarom de SCAD vooral vrouwen treft: ‘Vrouwen reageren anders op stress dan mannen. Mannen kunnen stress parkeren, vrouwen tobben voort.’ En ze zijn perfectionistischer. ‘Stress kan je natuurlijk overkomen, maar er is ook een vorm van stress die we onszelf aandoen door alles goed te willen doen. Dat is me erg opgevallen bij SCAD-patiënten. Sommigen rusten niet voordat alle kopjes in de kast met de oortjes dezelfde kant op staan. En dan is de kast dicht, hè.’

Ook dit is akelig herkenbaar. Ik kan niet wakker liggen van kopjes, maar op andere gebieden heb ik zeker een onbedwingbare drang naar perfectie. Hoe druk ik het ook heb, ik maak bijvoorbeeld altijd tijd vrij om keihard te sporten, ook al moet ik me daarvoor in allerlei bochten wringen. Niet om in conditie te blijven, maar om in vorm te blijven – of liever, het moet altijd mooier en strakker. En mijn huis moet eruitzien als een plaatje uit een woonblad, ik moet een bloeiend sociaal leven, ook al ben ik eigenlijk liever alleen, ik moet de perfecte stoofschotel maken en bovenal moet ik de perfecte moeder zijn en sta ik daarin continu 1-0 achter vanwege die stomme scheiding. En natuurlijk rust ik niet voordat mijn werk af is en bovengemiddeld goed. Nu ik erover nadenk, het is nooit goed genoeg eigenlijk.

Maar is dat typisch vrouwelijk? Er is een groeiend aantal psychologische onderzoeken waaruit blijkt dat vrouwen en mannen anders met stress omgaan. Uit een onderzoek van de universiteit van Cambridge uit 2016 blijkt dat vrouwen bijna tweemaal meer kans hebben om te lijden onder ernstige stress en angststoornissen. De American Psychological Association bevestigt deze stress-gap: volgens een jarenlange studie rapporteren vrouwen significant vaker dat ze last hebben van emotionele en/of fysieke stress-symptomen. Over perfectionisme is de wetenschap minder eenduidig. In 2016 verscheen de publicatie van een grootscheeps Brits-Canadees onderzoek waaruit blijkt dat perfectionisme weliswaar enorm is toegenomen in onze maatschappij, maar dat er geen verschil is tussen de mate waarin vrouwen en mannen er last van hebben. Wel opperen de onderzoekers dat er onderzoek moet worden gedaan naar de motieven achter perfectionisme, omdat het bij mannen mogelijk voortkomt uit een drang om te presteren, terwijl vrouwen eerder willen pleasen.

Uit weer ander onderzoek, schreef The New York Times in 2018, blijkt dat vrouwen andersoortige stress ervaren. Niet alleen omdat ze meer ballen in de lucht moeten houden (volgens de Verenigde Naties stoppen vrouwen wereldwijd gemiddeld drie keer zoveel meer tijd in huishoudelijk werk dan mannen) maar ook omdat ze vaker het gevoel hebben dat ze zich anders moeten voordoen dan ze werkelijk zijn. Niet boos bijvoorbeeld, ook al zijn ze het wel; wel empathisch, ook al zijn ze het even niet. Dat zal alles te maken hebben met het pleasegedrag waar ook het Brits-Canadese onderzoek naar verwijst, al kun je hier natuurlijk tegenover stellen dat mannen zich ook anders moeten voordoen. Niet gevoelig, al zijn ze het misschien wel; wel ambitieus, al zijn ze het misschien niet.

©Anna Kiosse

Dat de SCAD vaker voorkomt bij vrouwen schrijft Van Rossum vooral toe aan hormonen. ‘In de helft van de gevallen kennen we de oorzaak niet. De andere helft wordt voornamelijk veroorzaakt door hormonale invloeden rondom de bevalling, die de vaatwanden verzwakken. Dat verklaart waarom SCADS meer voorkomen bij vrouwen dan bij mannen.’ Maar volgens Maas vormen hormonen niet de belangrijkste verklaring. Met een groep buitenlandse cardiologen uit onder meer Italië, Frankrijk, Spanje, Engeland en Denemarken is ze een Europese studiegroep begonnen die onderzoek doet naar oorzaken, preventie en revalidatie. Daaruit blijkt nu al dat hormonen alleen de SCAD niet kunnen verklaren. ‘Er is nog altijd een grote groep zonder duidelijke oorzaak en daarbij speelt stress zeker een belangrijke rol. Het is gewoon niet waar dat de SCAD vooral met hormonen te maken heeft. Bert van Rossum weet er duidelijk niets van als hij dat zegt. Als je mij vier jaar geleden had gebeld, had ik dat waarschijnlijk ook gezegd. Maar als je je erin gaat verdiepen, dan leer je wat.’

Als het aan haar ligt, verdiepen meer cardiologen zich in SCADS. Want niet alleen herkennen ze die vaak niet tijdig, ze ontberen ook nog de kennis om patiënten te begeleiden als het kwaad eenmaal is geschied. Zo kan het gebeuren dat vrouwen vaak binnen een jaar na een hartaanval alsnog overlijden, terwijl dit met de juiste behandeling voorkomen had kunnen worden.

Nuytemans had wat dat betreft geluk, of liever: ze dwong het af. ‘Een tijdje na mijn SCAD moest ik op controle. Mijn eigen cardioloog was er niet, ik kreeg een vervanger. Ik blijf die klachten houden, zei ik, ik blijf het gevoel houden dat mijn beha te strak zit. Maar hij zei: ‘We hebben alles nagekeken, het kan echt niet je hart zijn.’ Oftewel: het zit tussen je oren. Daar was ik zo van ontdaan. Ik belde mijn eigen cardioloog en zei: ‘Er is iets, ik weet het zeker.’ Toen zei hij: ‘Ik geloof je, en ik denk dat wij gewoon niet genoeg kennis hebben. Je moet naar Janneke of Angela.’ Nu ben ik in goede handen bij Janneke Wittekoek. Maar ben je als vrouw niet zo mondig, dan zeg je ‘Oké’ en ga je naar huis. En dan krijg je op een dag een hartaanval.’

Om dit te voorkomen heeft Verhage vrouwenhart.nl opgericht, een website met informatie over vrouwenhartaandoeningen en ervaringsverhalen. Het is de website die ze zelf miste toen ze na haar infarct naar huis werd gestuurd met dezelfde bak medicijnen als een man van 85 bij wie de vaten dichtzitten, en vol vragen. Wat had ze precies gehad? Zou het nog eens kunnen gebeuren? Ze zocht op internet, maar daar vond ze weinig soelaas. Na wat surfen kwam ze Maas op het spoor, die haar doorstuurde naar Harriette Verweij, nog zo’n pionier in de vrouwencardiologie. ‘Toen bleek ik behoorlijke hartschade te hebben opgelopen. Ik had zo’n scheur dat mijn hart was beschadigd en een stuk van mijn linkerhartkamer moest worden weggehaald. Nu kan ik niet meer werken en als ik een blokje omloop sta ik al te hijgen. Mijn leven is drastisch veranderd. Als ik eerder de diagnose had gekregen, was het zover niet gekomen.’

Cécile Colleye-de Wissel (53), die ook meewerkt aan vrouwenhart.nl, werd tien jaar geleden getroffen door een SCAD. ‘Ook heel plotseling: ik had met mijn man en twee kinderen een onbezorgde dag gehad in een pretpark, en diezelfde avond kwam er een eind aan mijn gezonde lichaam zoals ik dat kende.’ In het ziekenhuis werd haar infarct wel herkend, maar de cardioloog reageerde als bij een traditionele hartaanval. ‘Ik kreeg bloeddrukverlagers, cholesterolverlagers, de hele rataplan. Dat is standaardbeleid, maar die medicatie heeft mijn herstel vertraagd.’

De behandeling na een SCAD is ingewikkeld. Het klassieke dotteren (waarbij een katheter in de kransslagader wordt gebracht om een vernauwing op te lossen) is in dit geval ongewenst, omdat de vaatwand verzwakt is en er zo nieuwe scheurtjes kunnen ontstaan. Hetzelfde geldt voor een bypassoperatie. De vaatwand geneest meestal spontaan binnen zes tot acht weken, maar de kans bestaat dat het daarna weer gebeurt. De juiste behandeling zou bestaan uit medicijnen zoals cholesterolverlagers, bloedverdunners en bètablokkers. Maar dat vergt wel maatwerk en kennis over de specifieke werkingen van het vrouwenlichaam. ‘Vrouwen hebben meer bijwerkingen van dit soort medicatie. Artsen zouden creatiever moeten zijn en meer tijd moeten uittrekken om de best passende medicatie te vinden. Cholesterolverlagers bijvoorbeeld kunnen vaak ook weggelaten worden.’ Wittekoek, volgens Nuytemans een ‘kei in het koken met medicijnen, snufje erbij, snufje eraf, tot ik bijna geen klachten meer heb’, stelt dat vrouwen wel 60 procent meer bijwerkingen ervaren dan mannen en ze kunnen vaak toe met veel lagere doseringen. Die doseringen liggen niet bij de apotheek, omdat die werkt met bulkinkopen die zijn gebaseerd op studies met grote groepen mannen. Wittekoek vecht daarom wat af met apotheken en huisartsen, met resultaat: er komt langzaamaan steeds meer oog voor het verschil tussen mannen en vrouwen, ook wat herstel betreft.

Voor Colleye-de Wissel komt de verbetering te laat. Ook haar hart heeft dermate schade opgelopen dat ze haar baan als sterilisatiemedewerker in het UMC Utrecht moest opgeven. ‘Dat is gelukkig goed gekomen, want ik kon secretaresse worden op mijn afdeling. Ik heb me omgeschoold en uiteindelijk is dat nog veel leuker werk ook.’

Eind goed, al goed, Maas ziet het bij meer vrouwen. ‘Sommigen zeggen: ik heb hier echt van geleerd en ik heb een aantal dingen veranderd. Het kan ook positief uitpakken. Het zijn intelligente vrouwen, ze begrijpen dat ze misschien iets moeten doen aan hun leefpatroon. Je hoeft deze vrouwen niets te vertellen over gezond leven, want dat deden ze al. Een beetje te waarschijnlijk.’ Ze hebben volgens haar vaak meer baat bij een wat relaxtere levenshouding.

Het zijn woorden die ik in mijn oren knoop. Ik blijk kerngezond – Wittekoek vond althans geen spoor van een infarct – en ook mijn vaten zijn schoon als van een twintiger. Maar dat zegt niet alles, weet ik nu. Als ik de stress niet zelf omlaag weet te brengen en die vuist om mijn hart blijft terugkomen, zei ze, dan moet ik terug. Ik had nooit eerder zo’n goede reden om met een dekentje op de bank te kruipen.

Volkskrant – Maartje Laterveer 28 augustus 2020, 13:00

(Vrouwen)hart van Eddo Hartmann. ©Anna Kiosse

Yin yang

Yin Yang Theorie

De yin yang theorie is een basisgegeven, niet alleen voor het begrijpen van de Chinese geneeskunde maar binnen de gehele cultuur.  Je kunt het idee van yin yang overal op toepassen.  Hoewel het basisidee voor velen onder ons een simpel gegeven lijkt is het uiteindelijk een complexe manier van kijken naar het menselijk bestaan in een dynamische wereld.  Het is een manier om de wereld om ons heen te begrijpen.  Een wereld die ontstaat door de relaties tussen tegengestelden.

De theorie is in eerste instantie een manier van categorisatie.  Het is een verzameling van associaties en categorisaties.  We zien wel vaker lijstjes opduiken met yin en yang elementen maar omdat het principe toegepast kan worden op alle elementen in dit universum zou het onbegonnen werk zijn om een volledige indeling te geven.  De lijst zou immers eindeloos zijn. We dienen echter steeds een nuance aan te brengen en dat is die van relativiteit.  Elke indeling is relatief.  Daarom zou het op zich ook verkeerd zijn om te zeggen iets is absoluut Yin of Yang.  Elk object van categorisatie staat in relatie tot datgene waarmee het vergeleken wordt.  In dit geval dus zijn tegengestelde.  Alles is relatief en we kunnen enkel de dingen kennen in relatie tot iets anders.  Yin en yang zijn uitersten van een zelfde continuüm.  Daarnaast heeft elk object de potentie om zijn tegengestelde te worden.

De yin yang theorie is een filosofische school van denken, een vorm van naturalisme waarbij de Natuur op een positieve manier benaderd wordt.  Het is een inclusieve manier van kijken waardoor men zich niet richt op het controleren of onderwerpen van de Natuur maar op het handelen in harmonie met zijn inherente wetten.  Het complementariteitsprincipe zorgt voor een alternerende en pulserende interactie tussen de twee principes waarbij iets nooit perfect yin of perfect yang is.  Er is steeds een vorm van dominantie van het één over de ander.  Omdat yin en yang beiden dezelfde oorsprong hebben zijn ze gelijkwaardig aan elkaar en kan er dus geen sprake zijn van het één is beter dan het andere.

Je kunt de concepten niet zien als puur logische entiteiten noch als simpele kosmologische principes.  Het is niet alleen een manier van categoriseren maar ook een manier van kwalificeren.  Dat betekent dat er een mate van gradering mogelijk is.  Het is geen statisch gegeven maar een dynamisch proces.  Het is zelden een statische 50-50 relatie, dit is enkel een momentopname waar het proces doorheen gaat.  Dit dynamische proces is de kern van de hele zaak en vind je terug in het boek der veranderingen – de Yijing.  In dat opzicht kun je stellen dat kennis van de Yijing en daarmee van de omzetting en het dynamische spel tussen yin en yang – de basis vormt van de Chinese geneeskunde.

Differentiatie kan gezien worden in het licht van kwalitatieve en kwantitatieve overlapping.  Kwalitatief betekent dat bij de indeling van yang en yin, yang verder kan onderverdeeld worden in yang en yin, daarbij weer verder in yang en yin, enz… Datzelfde geldt overigens ook voor yin. Een voorbeeld hiervan is dat het bovenlichaam yang is en het onderlichaam yin.  Binnen dit bovenlichaam (yang) is de voorkant yang en de achterkant yin.  Is de rechterarm yang en de linkerarm yin.  Is de binnenkant van de arm yin en de buitenkant yang. Kwantitatief gaat dan weer meer over de mate van yin en yang gezien vanuit de cyclische fasen.  Zo heeft 1u ochtend minder yang dan 4u in de ochtend en weer minder yang dan 11u in de ochtend.  De overgang van de ene polariteit naar de andere verloopt gradueel en in een onafgebroken proces.

In eerste instantie werd dit een viervoudige categorisatie van yang in yin, yin in yin, yin in yang en yang in yang.  Ook wel genoemd als jong yin, vol yin, jong yang en vol yang.  Yin en yang kunnen dus verbindingen aangaan met elkaar.  Iets kan zowel yin als yang zijn.  Hoe yin en yang verder differentiëren vind je terug in het schema van Wuji – Taiji – YinYang – Wuxing – 10.000 dingen.  Na de 4 vormen van paarvorming van yin en yang krijg je de trigrammen.  Gecombineerd vormen deze trigrammen de hexagrammen en daarvan zijn er 64 combinaties.  Deze hexagrammen, dat is wat de Yijing is.  Je kunt stellen dat de Yijing een taal is die is opgebouwd uit combinaties van yin en yang.

Als één ding duidelijk mag zijn is dat yin en yang geen vaste gegevens zijn maar dat zij in een continue spel van verandering verkeren.  Het is geen statisch concept.  Het Taiji symbool staat niet stil maar is in continue beweging.  Gelijkaardig aan het Hellenistisch concept van ‘panta rhei’ waarbij alles stroomt.  Er is een permanente beweging, alles is in een staat van verandering.  De enige constante in het universum is dat alles verandert.  Deze dynamiek, die manier van verandering, dat is wat je wil leren begrijpen.

Uiteraard zijn er ook processen die complexer zijn dan met een viervoudige indeling zijn te omschrijven.  Vandaar dat er is doorontwikkeld naar trigrammen en hexagrammen.  Waarbij de 64 hexagrammen de ultieme differentiatie zijn en daarmee alles in onze wereld kan omschreven worden.  Omdat alles in het universum omschreven kan worden in termen van deze hexagrammen kun je stellen dat alles gebaseerd is op yin en yang.  Yin en yang zijn daarbij fasen in een cyclische beweging waarbij de één continue in de ander wordt omgezet.  Het is een transformatieproces.  De relatie tussen deze twee is wat je terugvind in het Taiji symbool en symboliseert wat men noemt de ‘onderlinge afhankelijkheid’ van yin en yang.  Het Taiji symboliseert perfectie en beide paren omsluitend bezit het alle mogelijkheden van de kosmos terwijl het tegelijk hun inter-relationele aard benadrukt.

De Chinese geneeskunde gaat ervan uit dat het menselijk lichaam is ontstaan door het mengen van yin en yang.  De Huang Di Nei Jing zegt: twee soorten qi trekken elkaar aan om te vermengen en zo een fysische entiteit te vormen.  Die yin yang verhoudingen vinden we terug in de categorisatie van alle fenomenen en dus ook van de aspecten van het lichaam.  Naast de regionen van het lichaam (zie bovenstaand voorbeeld van voor en achterkant / boven en onderkant) heb je classificatie van de interne organen: de volle organen zijn yin (lever, hart, nieren, milt, longen) en de holle organen zijn yang (dikke en dunne darm, galblaas, maag, blaas).  Dit is wat men kent als de ZhangFu.  Het op deze manier in kaart brengen van het lichaam stelde een arts in staat om de natuur van een ziekte te categoriseren als zijnde actief in een yin of yang regio.  Iets wat zijn manier van behandelen mee zou bepalen.

Dit wat betreft de eenvoudige tweedeling in tegengestelden.  Een voorbeeld van een meer complexe differentiatie is de indeling van de 12 kanalen van het lichaam waarbij 2×3 kanalen yin zijn en 2×3 kanalen yang zijn.  Dit is wat men noemt de zes divisies.  Een ander mooi voorbeeld van hoe de principes van yin yang worden ingezet in de geneeskunde is de basis diagnostische methode van de Ba Gang ofwel 8 principes.  Hierbij wordt een onderscheid gemaakt in de volgende thema’s: Is het yin of yang – is het extern of intern – warm of koud – vol of leeg.

Het principe wordt binnen de Chinese geneeskunde op verschillende manieren toegepast.  Het biedt ruimte aan het indelen van de histologische structuren van het menselijk lichaam.  Het geeft de relatie weer tussen structuren en hun functies.  Het categoriseert de pathogenese waarbij we een onderverdeling hebben in exces yin of yang en deficiëntie van yin of yang.  Het geeft ons niet alleen een handvat bij de diagnose en syndroom differentiatie maar het is tevens onze gids bij de keuze van behandeling.

Bibliografie:

– Donald E. Kendall, 2002.  Dao of Chinese Medicine – understanding an ancient healing art; Oxford University Press Inc. New York; ISBN 978-0-19-592104-5
Giovanni Maciocia, 1989.  The Foundations of Chinese Medicine – a comprehensive text for acupuncturists and herbalists; Churchill Livingstone Inc. New York; ISBN 0-443-03980-1
– Huang Jianping, 1995. Methodology of TCM; New World Press, Beijing China; ISBN 7-80005-266-4
Jeaneane Fowler, 2005.  An introduction to the Philosophy and Religion of Taoism – Pathways to immortality;  Sussex academic press Brighton Portland; ISBN 1-84519-086-6
Porkert M. 1978. The theoretical Foundations of Chinese Medicine – Systems of correspondence.  MIT Press; ISBN 0-262-16058
–  P. Unschuld, 2003.  Huang Di nei jing su wen – Nature, knowledge, imagery in an Ancient Chinese Medical Text; University of California Press; ISBN 978-0-520-23322-5
– R. Goris 2006. De Yijing van Koning Wen; Altamira Becht, Haarlem; ISBN 9069636565 / NUR722
– Zuo Yanfu, 2000. Basic Theory of Traditional Chinese Medicine 2003. Publishing House of Shanghai University of TCM; ISBN 7-81010-682-1

Logo CNYS

Artikel gepubliceerd door de Stichting Chinese Yang Sheng and TCM.  Wil je meer weten over de Stichting of de verschillende onderdelen en projecten?  Neem dan een kijkje op www.cnys-tcm.com maar je mag ook altijd mailen naar info@cnys-tcm.com.

HongTongWu

Tea's Delight

Dit mag niet het nieuwe normaal!

Dit mág niet het nieuwe normaal zijn!

Cees had in eerste instantie begrip voor de bezoekersstop waardoor hij niet naar zijn vrouw Mas kon, die Lewy Body Dementie heeft.

Totdat Mas buikklachten kreeg. “Dit heeft ze eerder gehad en dan sprong ik met mijn dochter bij om te helpen met eten en drinken. Ik weet: de verzorgenden doen hun best, maar bij Mas heb je daar echt geduld bij nodig. En misschien was het wel heimwee.

Mijn verzoek om naar haar toe te mogen, werd afgewezen. Dat mag alleen in de terminale fase, werd gezegd. Moesten we daar dan op wachten?? Ook na de versoepeling mocht ik maar één keer per week 45 minuten langs, en haar niet zelf drinken geven.”

In 10 dagen was Mas 6 kilo afgevallen. Ze was uitgedroogd. Pas sinds dit weekend mag Cees onder voorwaarden bij haar. “Heel de dag was ik bezig om toch wat vocht binnen te krijgen. Het is oppassen met verslikken. Hadden ze me maar eerder binnen gelaten, maar het mocht niet van RIVM.”

Inmiddels ligt Mas in de palliatieve fase…

Het hartverscheurende verhaal van Cees en Mas staat niet op zich. Daarom pleiten wij al sinds het begin van de coronacrisis voor meer maatwerk in verpleeghuizen. Voor Mas, een oud-verpleegkundige, is het nu waarschijnlijk te laat.

Bron: Alzheimer Nederland – 5  Juni 2020.

Bestel het boek ‘De dag door met dementie’

Wij gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat we u de beste ervaring op onze website bieden.